Veranderend thuisgevoel in de Geuzenbuurt

Arme buurten hip maken is een populair fenomeen, waar veel geld voor wordt uitgetrokken en veel beleid voor gemaakt wordt. Zo ook in Hilversum, waar de overheid een ‘urban character’ wil creëren met een “gedifferentieerde huismarkt” (Over ‘t Spoor 2011:33-34). Hiermee bedoelen ze de bouw van dure huizen in klassieke arbeidersbuurten. Maar zitten de bewoners van dit soort buurten hier wel op te wachten? Is een plek waar jij je thuis voelt niet veel belangrijker dan een plek met een “urban character”? Reinders beschrijft in zijn werk ‘the struggle to belong’ (2011) hoe een sterk thuisgevoel in de wijk kan ontstaan, door een sterke “neighbourhood identity” te ontwikkelen. Maar deze wijkidentiteit, door de jaren opgebouwd en steeds hechter geworden, is niet immuun voor stedelijke ontwikkeling. Kleinhans (2004) geeft aan hoe deze identiteit door ruimtelijke verandering kan verdwijnen. Dit onderzoek laat zien hoe een nieuwbouwproject in de Geuzenbuurt in Hilversum deze ‘wijkidentiteit’ een flinke klap geeft, en geeft aan dat bewoners van de nieuwe huizen zich na acht jaar nog totaal niet thuis voelen in de buurt. Kleinhans geeft aan dat niet alleen de intrede van nieuwe bewoners hieraan bijdraagt, maar ook de wezenlijke transformatie van de openbare ruimte een erg belangrijke rol heeft. Achter diverse nieuwbouwprojecten gaat een politieke agenda schuil, die gericht is op de creatie van een prettige leefomgeving voor de hogere middenklasse ten koste van minder bedeelden, wat zo vice versa ook een negatieve uitwerking heeft op het thuisgevoel van de nieuwe rijkere bewoners.

De Geuzenbuurt is van oudsher een arbeidersbuurt, ontstaan eind 19e eeuw. De buurt ontstond doordat de nieuwe treinrails dit gedeelte afsloot van de rest van Hilversum. Zo ontstond het gedeelte van Hilversum dat sindsdien
in de volksmond ‘over ‘t spoor’ wordt genoemd. Deze buurt is niet aangelegd met het idee een duurzame en leefbare leefomgeving te creëren die ruim een eeuw later nog volledig bewoond zou zijn. In tegendeel; de huisjes werden in hoog tempo en dicht op elkaar gebouwd om fabrieksarbeiders te huisvesten die grote projecten voor het rijke Hilversum moesten realiseren. Voor de fabriekseigenaren was het namelijk voordelig om hun arbeiders dichtbij de fabriek te huisvesten. Omdat zij de bouw van de buurt, die plaatsvond tussen 1890 en 1900, financieerden werd er uiteraard niets meer dan het broodnodige gebouwd (Van Aggelen 2010). Instanties ten behoeve van de woonkwaliteit en leefbaarheid waren minder prominent dan vandaag de dag.

De Geuzenbuurt is, zoals zo veel arbeidersbuurten, cultureel en etnisch divers geworden met de naoorlogse immigratiestromen. Op economisch gebied is de buurt altijd min of meer monogaam gebleven, totdat stedelijke vernieuwing van 2006 hier verandering in bracht. Het nieuwbouwproject in de geuzenbuurt maakt onderdeel uit van het ‘Investeringsbudget voor Stedelijke Vernieuwing’ (ISV). Hier is extensief onderzoek naar gedaan, met name op het gebied van gentrification (Kleinhans 2004; Musterd & Ostendorf 2001; Schuiling 2007 & Uitermark e.a. 2007). Gentrification is een sociaal fenomeen dat slaat op de vervanging van een sociale klasse (Uitermark 2007), al dan niet gepland door een overheidsinstantie of ontstaan uit een maatschappelijke beweging. Vaak behelst het de gestimuleerde verandering van een arme arbeiderswijk naar een florerende buurt met veel bedrijvigheid, wat een economische impuls geeft aan de buurt en overheidsinstanties (Lees, Slater & Wyly 2010:5). Dit onderzoek behelst de sociale en culturele effecten van het fenomeen, op micro-sociologisch niveau. Vaak wordt de nadruk gelegd op het kwijtraken van een betaalbare woning voor de originele bewoners; dit onderzoek legt de nadruk op het verlies van de plek met de grootste sociale waarde in de buurt. Door middel van diepgaande interviews met oude & nieuwe bewoners, wijkagenten, wethouders en andere beleidsontwikkelaars kunnen uitspraken gedaan worden over het thuisgevoel onder bewoners van de geuzenbuurt, en de rol van gentrification hierin.

In de gehele geuzenbuurt ligt namelijk slechts een enkel plein. Één gemeenschappelijke plaats waar buurtgenoten samen kunnen komen, waar ongehinderd van verkeer gesport kan worden en waar de kinderen veilig kunnen spelen. Uit dit onderzoek is gebleken dat dit plein altijd een belangrijke functie heeft gehad binnen de buurt. Mensen van boven de vijftig en zestig die hun hele leven in de buurt wonen gaven aan dat er bij lekker weer altijd gebarbecued werd, bij koude temperaturen werd er een schaatsbaantje aangelegd, en de kinderen van de buurt speelden er elke dag. Deze zinnen zijn in de verleden tijd geschreven. Het plein is namelijk onderdeel geworden van de nieuwbouwwijk het Hoge Larensehof. Het hof steekt af tegen de rest van de buurt: de kleur van de bakstenen is rood, en de appartementen en flat zijn een stuk hoger dan de rest van de kleine huisjes in de buurt. Het pleintje ligt er nu middenin, en is ingericht ten behoeve van de nieuwe bewoners. Er is hun tijdens de aanbouw schetsen laten zien van hoe het eruit zou gaan zien: een rustig hof in een overvolle buurt met een rustig en veilig pleintje voor eventuele jonge kinderen. Toch zal de herinrichting tot grote protesten leiden onder ook de nieuwe bewoners. De beleidsmedewerkers verantwoordelijk voor de herinrichting waren zich allemaal niet bewust van de waarde die het plein had in de buurt. Dit was bepalend voor een herinrichting van het nieuwe plein, en voor de sociale contacten tussen oude en nieuwe bewoners.

In dit onderzoek wordt een onderscheid gemaakt tussen ‘oude’ en ‘nieuwe’ buurtbewoners. De oude bewoners wonen decennialang of hun hele leven
in de buurt, verdienen op of onder modaal en hebben een relatief laag opleidingsniveau. Zij zien de nieuwbouwprojecten met leden ogen aan, en geven aan ‘hun buurt’ kwijt te raken. De nieuwe bewoners hebben hun intrek gedaan vanaf 2007, toen de eerste golf ‘gentrifiers’ in het hof gingen wonen. Iedereen die nu in het hof woont wordt beschouwd als nieuwe bewoner. Deze bewoner wordt in het jargon van veel media als ‘yup’ genoemd. De nieuwe bewoners hebben een hoger inkomen en opleidingsniveau, en zijn dikwijls stellen met jonge kinderen, of plannen hiervoor.

De bouw van het nieuwe hof, herinrichting van de openbare ruimte en komst van de nieuwe bewoners heeft tot veel conflict geleid. De oude bewoners eisten tijdens de bouw behoud van ‘hun’ plein, door er een voetbalveldje te eisen naar hun maak in plaats van het geplande kinderspeelplaatsje. Het voetbalveldje is toen nog snel in de bouw verwerkt, om onvrede en protest van de oude bewoners te voorkomen. Het veldje stond echter zo dicht op de nieuwbouwhuizen, dat er meteen veel protest van de verbaasde nieuwe bewoners kwam op zowel de jongeren die er speelden als de beleidsmedewerkers. De jongeren “terroriseerden” het hof. Er werd “geblowd, gezopen” en tot laat veel lawaai gemaakt. Volgens de oude bewoners was de inrichting van het hof “vragen om problemen”. De nieuwe bewoners voelden zich bedonderd door de aannemers en niet welkom in de buurt, en hierdoor niet thuis. Wanneer de nieuwe bewoners iets zeiden tegen de overlastveroorzakers, werd er niet naar geluisterd of erger: uitlachen, uitschelden of bedreigen.

Het plein is in 2007 opnieuw ingericht. Deze interventie was nodig om onhoudbare situatie die veel overlast gaf in te dammen. Het voetbalveld verdween, en er kwamen klimrekken, een wip en andere speelstellen die het plein onaantrekkelijk maakten voor de jongeren. De volwassen oude bewoners kwamen er na de eerste herinrichting überhaupt niet meer, nu hun kinderen ook niet meer. Van interactie is nu bijna geen sprake meer.

De oude bewoners hebben een sterk gevoel van thuis in de buurt, en zien de nieuwe bewoners als “indringers”. Vanwege ruimtelijke afsluiting kunnen mensen gevoelens van verlies er van, concludeert Kleinhans (2004), wat gebeurde met de herinrichting van het plein. Het nieuwbouwproject was hierin een ‘critical moment’. Een kritisch moment is een gebeurtenis waardoor discours, attitudes en sociale interactie veranderen (Putnam 2004:287). Door de komst van het hof spreken de oude bewoners van verlies. De nieuwe omschrijven het hof als een eiland in een onbekende buurt, en van contact met de oude bewoners is vrijwel geen sprake.

Beide groepen, of kampen lijkt het, geven aan niet of nauwelijks te kunnen communiceren met elkaar. Tijdens discussies tussen oude en nieuwe bewoners geven beiden aan niet begrepen te worden door de ander. Inmiddels leven de oud en jong langs elkaar heen, en spreekt met van “twee werelden”. Wel voelt het hof zelf als thuis, voor de nieuwe bewoners. Een gevoel van thuis ontstaat volgens Reinders (2011) als men ervaringen deelt, betrokken is bij wat er speelt en wanneer men langdurig buren zijn. De problematiek rondom het plein heeft de nieuwe bewoners dus uiteindelijk wel in eigen straat doen thuis voelen.

Het thuisgevoel met de wijk en de wijkidentiteit is in het algeheel afgenomen. Naarmate er meer nieuwbouwprojecten komen zal het thuisgevoel afnemen onder oude bewoners. Een gebrek aan historische kennis van de wijk en de drang om zowel oude als nieuwe bewoners te paaien uit angst onvrede te stichten, heeft geleid tot een onhoudbare situatie op het plein. Hierdoor was een interventie nodig was om het plein een duidelijke winnaar te geven: de nieuwe bewoners. De gemeente Hilversum is van plan veel meer stedelijke ontwikkeling door te voeren om meer “young professionals” aan te trekken, maar ten tijde van dit onderzoek (2014) waren er nog geen concrete plannen. Er kunnen kritische vraagtekens gesteld worden omtrend het mixen van socio-economische klassen wat betreft het thuisgevoel. Een ‘urban character’ is slecht voor de wijkidentiteit, en zal het thuis voelen in de wijk niet doen verbeteren, totdat de volledige buurt ‘veryupt’ is.